WONEN IN ITALIË – Op familiebezoek

"De zwaluwen bij San Rocco zijn weg" zegt Silvia. Het is een teken van de naderende herfst. Als de zwaluwen die 's zomers onder het dak van de San Rocco-kapel nestelen, zijn vertrokken, dan nadert het einde van de zomer.

Voor het eerst hangen er ook weer flarden mist in de ochtend. Niet meer die heerlijke verkoelende ochtendwind maar vochtigheid! Ook de kussens buiten op het terras zijn 's morgens weer een beetje klam.

Nu begint mìǰn vakantie, denk ik, niet zonder voldoening en blijdschap. Eerst zes dagen naar mijn zusje in de Bourgogne in Frankrijk. En half september ga ik ook nog een reisje door Zuid-Italië maken om wat plekken te bezoeken die ik altijd nog heb willen zien.

Maar eerst naar Asquins, het dorpje waar mijn zus Annemie woont. Het ligt vlakbij de basiliek van Vezelay waar de dochter van mijn zusje drie jaar geleden is getrouwd.

Zij en haar man en twee kindjes hebben een vakantiehuis vlakbij dat van m'n zusje gekocht. En ook Annemies oudste dochter woont in Asquins. De hele familie zit daar nu dus bij elkaar en ik heb ze te lang niet gezien.

Wie in Piemonte woont, moet sowieso vaak lange reizen maken om zijn familie te zien.

Vroeg vertrokken, om vijf uur. Via de weg over de Ligurische Alpen naar de kust gereden, Garessio, Ormea. Stortregens! Tot ver na Menton blijft het regenen. De verkeersdrukte neemt ook toe. Vanaf Aix- en-Provence blijkt opeens half Nederland, Engeland en Duitsland op weg naar het noorden te zijn. Het gevolg: urenlange files.

Ik stop nergens meer voor koffie. Overal rijen, volle wc's, vaders en moeders sjouwend met kinderen. Even na zessen ben ik in Asquins. Van daaruit rijd ik omhoog naar buurtschap Les Chemots.

Onderweg kom ik m'n nicht Rachelle tegen, Annemies oudste. Ze maakt meteen een selfie van ons tweeën en stuurt die naar m'n zus. Nu weet ze dat ik eraan kom. Ze bereidt me een warme ontvangst na die rotreis. Een koud biertje, heerlijke hapjes. En nu maar bijpraten.

Zaterdagmorgen gaan we naar een concert in de open lucht achter de basiliek. Mijn nichtjes en de twee kleintjes Jantje en Frieda zijn er ook. Mensen zitten aan picknicktafels, drankje voor hun neus en luisteren naar de muziek.

Er zijn heel veel Nederlanders. Alleen in de Morvan wonen er al 15.000, vertelt m'n zus. Daar komen nu ook de vakantiegangers bij. Opvallend veel leeftijdgenoten, veel grijze bolletjes, vaak wel met zwierige hoeden op en in kleurige zomerkleren.

's Avonds hebben mijn nichtje Natalie en haar man Jan alle vrienden uitgenodigd voor een barbecue. We zitten aan een lange tafel in hun tuin die uitzicht geeft op de basiliek. Ik spreek slecht Frans, maar het moet wel een hele vreemde taal zijn, wil ik m'n mond dicht houden. Het gaat best.

Zondag gaan we zwaarden kopen voor de kleintjes, dat had oma Annemie ze beloofd. Ze steken ze meteen onder hun kleren en halen er gekke kapriolen mee uit. Ze zijn van plastic dus het kan geen kwaad. Daarna een ijsje en koffie voor ons.

Thuis wacht de lieve lagotto Beocca, een schat van een hond en tegenwoordig m'n zusters levensgezel kun je wel zeggen. Hij kan nog net niet praten, maar wacht maar af...dat duurt niet lang meer.

De dagen vliegen om. Maandag vertrek ik naar de Provence waar ik nog twee goede vrienden bezoek.

De terugreis, woensdag, is weer een ramp. Bij de Rivièra de ene kettingbotsing na de andere. Pas om twee uur zit ik in mijn visrestaurant in Ospidaletti.

Een droog wit wijntje en spaghetti alle vongole. Diepe zucht.... ik ben weer thuis.

  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.